KENNISBANK
7 September 2026
Pseudo-eindheffing vanaf 2027: wat betekent dit voor de auto's van je bedrijf?
Vanaf 1 januari 2027 betalen werkgevers een extra heffing over elke auto met CO2-uitstoot die zij aan een medewerker beschikbaar stellen voor privégebruik. Dit artikel legt uit wat dat inhoudt.
Dit artikel legt de regeling uit zodat je weet waar het over gaat. Wij zijn geen belastingadviseur en bepalen niet wat voor jouw onderneming van toepassing is. Voor jouw specifieke situatie is je boekhouder of accountant de aangewezen persoon.
De regels zijn in juni 2026 op onderdelen aangepast en worden verder uitgewerkt in het Belastingplan 2027. De informatie hieronder is de stand van zaken in september 2026. Kijk voor de actuele regels altijd op belastingdienst.nl.

Wat de pseudo-eindheffing is
Het is een extra heffing voor werkgevers, bovenop de bijtelling die de werknemer al betaalt. Vanaf 1 januari 2027 betaal je als werkgever jaarlijks twaalf procent van de cataloguswaarde, inclusief btw en bpm, voor elke personenauto met CO2-uitstoot die je aan een medewerker beschikbaar stelt en die ook privé gebruikt mag worden.
De heffing ligt bij de werkgever. Je mag hem niet doorberekenen aan de werknemer.
Bij een auto met een cataloguswaarde van veertigduizend euro komt dat neer op ongeveer vierduizend achthonderd euro per jaar, bovenop alle bestaande kosten.
Voor welke auto's het geldt
- Wel
Alle personenauto's met CO2-uitstoot. Dus benzine, diesel, lpg en hybride. Ook een gebruikte auto valt eronder. - Niet
Volledig elektrische auto's, bestelauto's, en personenauto's die aantoonbaar alleen zakelijk worden gebruikt. Zelfstandigen zonder personeel vallen er ook buiten.
Woon-werkverkeer telt mee als privégebruik
Dit is het punt dat in de praktijk het meeste verrast. Voor deze regeling wordt woon-werkverkeer gezien als privégebruik. Een medewerker die de auto verder nauwelijks privé gebruikt maar er wel mee naar kantoor rijdt, valt dus gewoon onder de heffing.
Wil je de heffing vermijden bij een auto met uitstoot, dan moet je kunnen aantonen dat er helemaal geen privégebruik plaatsvindt, inclusief het woon-werkverkeer.
Auto's die je nu al in gebruik hebt
Voor auto's die voor 1 januari 2027 al aan een medewerker beschikbaar zijn gesteld, geldt een overgangsregeling. Die auto's zijn tot en met 31 december 2030 volledig vrijgesteld. Vanaf 1 januari 2031 geldt de heffing voor alle niet volledig elektrische personenauto's die privé worden gebruikt, ongeacht wanneer zij voor het eerst zijn ingezet.In de oorspronkelijke wet stond 17 september 2030 als einddatum. Die is door het kabinet verlengd naar 1 januari 2031.
- Het overgangsrecht blijft behouden
Als de auto binnen hetzelfde bedrijf naar een andere medewerker gaat, of bij een fusie of overname waarbij de situatie fiscaal wordt voortgezet. - Het vervalt eerder
Als een medewerker met dezelfde auto overstapt naar een andere werkgever, of als de auto zelf wordt vervangen. In beide gevallen geldt de heffing direct.
Wat het praktisch betekent voor je wagenpark
Zolang de overgangsregeling loopt, blijven bestaande auto's buiten de heffing. Dat kan een reden zijn om ze langer aan te houden. Tegelijk lopen onderhoudskosten en afschrijving door.
Vervang je vanaf 2027 een auto met uitstoot door opnieuw een auto met uitstoot, dan komt de heffing er direct bij. Dat maakt de vergelijking met een elektrisch alternatief anders dan een jaar geleden.
Als je besluit auto's af te stoten
Er komen de komende jaren meer zakelijke auto's met uitstoot op de markt, en dat betekent dat de manier waarop je verkoopt uitmaakt. Bied je een auto bij een handelaar aan, dan hangt de prijs af van wat die partij er op dat moment mee kan. Bied je hem aan bij meerdere professionele kopers tegelijk, dan zie je wat de markt er werkelijk voor over heeft.
Wij leggen je auto voor aan de professionele en RDW-erkende bedrijven binnen ons netwerk. Voor zakelijke verkopers is het goed te weten of het om een marge- of een btw-voertuig gaat, omdat kopers dat meewegen in hun bod.